Ik ben nog geen twee jaar oud. Op vakantie met mijn ouders naar de Morvan. Zomer. Stralend weer en dus een weids uitzicht vanaf het uitkijkpunt bij de opgravingen van het Gallische dorp Bibracte.
Herinneringen gebaseerd op een foto: Dymph zittend op een steen.
Ik ben tweeëntwintig jaar oud. Een weekendje naar de Morvan. Winter. Hagel en mist.
Ik logeer in de buurt van Bibracte, net als afgelopen zomer toen ik de foto nog niet zo helder op mijn netvlies had staan. Nu ga ik met de foto in mijn tas terug, om te kijken of de steen van twintig jaar geleden er nog ligt.
Door de regen met de auto de berg op, van een imposant uitzicht kan in ieder geval geen sprake zijn. Van een afstand zie ik dat de steen waarop ik als tweejarige zat er nog is. Hoe dichter ik erbij kom, hoe kleiner de steen lijkt te worden. In mijn hoofd was het toch minstens 40x30 cm, op de foto in mijn hand lijkt het best groot.
Bij de steen blijf ik staan.
Opeens realiseer ik me dat ik heel klein ben geweest. Dat was ik vergeten of misschien heb ik daar eigenlijk nooit zo bewust bij stilgestaan. Voor me ligt precies dezelfde steen als op de foto, maar het is niet meer dan een klinker: hooguit 20x15 cm en ik kan er met geen mogelijkheid meer gemakkelijk op zitten (al doe ik uiteraard een poging):
Door Bibracte te bezoeken, is mijn herinnering van de vakantie met mijn ouders niet naar boven gekomen. Niet zo gek, want uit onderzoek is gebleken dat eerste herinneringen gemiddeld rond het derde/vierde levensjaar ontstaan (en ik heb niet het idee dat ik onder het 'gemiddelde' val, eerder de uitschieters naar boven). - bron: Vergeetboek, D. Draaisma -
Toch heeft mijn bezoek aan Bibracte me wel ergens aan herinnerd: Het meisje op de foto ben ik. Dat wist ik natuurlijk wel, maar ik herkende mezelf niet meer in de peuter op de steen.
Maar ik ben het echt, alleen heel veel groter.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten