Welkom op mijn blog.
Hier zal ik de komende tijd bijhouden wat me bezighoudt, nieuwsgierig maakt, inspireert, wat ik maak en hoe mijn laatste maanden als student Theatervormgeving eruit zien...
Kortom het proces van mijn Afstudeeronderzoek.

donderdag 24 februari 2011

Bibracte

Ik ben nog geen twee jaar oud. Op vakantie met mijn ouders naar de Morvan. Zomer. Stralend weer en dus een weids uitzicht vanaf het uitkijkpunt bij de opgravingen van het Gallische dorp Bibracte.
Herinneringen gebaseerd op een foto: Dymph zittend op een steen.



Ik ben tweeëntwintig jaar oud. Een weekendje naar de Morvan. Winter. Hagel en mist.
Ik logeer in de buurt van Bibracte, net als afgelopen zomer toen ik de foto nog niet zo helder op mijn netvlies had staan. Nu ga ik met de foto in mijn tas terug, om te kijken of de steen van twintig jaar geleden er nog ligt.
Door de regen met de auto de berg op, van een imposant uitzicht kan in ieder geval geen sprake zijn. Van een afstand zie ik dat de steen waarop ik als tweejarige zat er nog is. Hoe dichter ik erbij kom, hoe kleiner de steen lijkt te worden. In mijn hoofd was het toch minstens 40x30 cm, op de foto in mijn  hand lijkt het best groot. 
Bij de steen blijf ik staan. 
Opeens realiseer ik me dat ik heel klein ben geweest. Dat was ik vergeten of misschien heb ik daar eigenlijk nooit zo bewust bij stilgestaan. Voor me ligt precies dezelfde steen als op de foto, maar het is niet meer dan een klinker: hooguit 20x15 cm en ik kan er met geen mogelijkheid meer gemakkelijk op zitten (al doe ik uiteraard een poging):


Door Bibracte te bezoeken, is mijn herinnering van de vakantie met mijn ouders niet naar boven gekomen. Niet zo gek, want uit onderzoek is gebleken dat eerste herinneringen gemiddeld rond het derde/vierde levensjaar ontstaan (en ik heb niet het idee dat ik onder het 'gemiddelde' val, eerder de uitschieters naar boven). - bron: Vergeetboek, D. Draaisma -

Toch heeft mijn bezoek aan Bibracte me wel ergens aan herinnerd: Het meisje op de foto ben ik. Dat wist ik natuurlijk wel,  maar ik herkende mezelf niet meer in de peuter op de steen.
Maar ik ben het echt, alleen heel veel groter.

woensdag 23 februari 2011

Dementie... Dimensie...

Bij mijn pitch was ik erg aan het twijfelen of ik nu vanuit  het thema ‘Herinnering’ te werk moest gaan of mijn onderzoek op lichtontwerp moest richten. De conclusie  op dat moment (zo’n anderhalve maand geleden) was dat ik ‘licht’ misschien beter als een middel dan als een onderzoeksonderwerp kon zien (en dat het gek zou zijn als het geen onderdeel van mijn onderzoek zou worden.)
In de gesprekken die ik de afgelopen tijd met verschillende mensen heb gehad, is steeds opnieuw naar voren gekomen dat ik erg veel behoefte heb om binnen mijn onderzoek het ‘licht’ te zien, en na ruim een maand nadenken en uitproberen concreter wil weten welke richting mijn onderzoek opgaat. Kortom: ik heb behoefte aan kadering.
Om dit voor elkaar te krijgen heb ik het subthema ‘dementie’ losgelaten, omdat dit een gegeven is dat voor mij vooral interessant is in de realiteit. Dementie heeft ontzettend veel gevolgen voor degene die eraan lijdt en de omgeving, maar is voor mij theatraal minder interessant omdat de realiteit van de ziekte al zo heftig is. Ik heb het gevoel dat het in het theater niet echt geloofwaardig en altijd gespeeld of  hypothetisch zal worden, terwijl datgene wat ik interessant aan dementie vind de onomkeer- en onontkoombaarheid van de ziekte is. 
Vanuit deze redenering is het me ook duidelijk geworden dat ik graag wil dat mijn onderzoek op de een of andere manier verband houdt met het theater. Dat het niet alleen een onderzoek naar mijzelf en mijn fascinatie met het onderwerp ‘herinneringen’ is, maar ook gericht is op de vraag hoe ik dit thema visueel kan omzetten zodat het in een theatrale setting interessant kan worden. 
Hoe kan ik een publiek een bepaalde ervaring of een beeld meegeven dat ontstaan is vanuit mijn visie op het thema herinnering?
Een ingewikkelde vraag, maar wel een mogelijke onderzoeksvraag en iets wat me een duidelijkere richting kan geven in het vervolg van mijn onderzoek.

Ik ben gaan nadenken over een vorm van herinneringen die visueel zou kunnen zijn. Guus van Geffen wees me op het fenomeen ‘nabeeld’
Het bekendste voorbeel van een nabeeld zie je hieronder: 
Kijk 30 seconden naar de zwarte stipjes in het midden van de afbeelding en kijk daarna direct naar een witte muur.


                             

Het nabeeld is datgene wat je oog waarneemt als je eerst naar een voorwerp met een grote kleurdichtheid kijkt en vervolgens naar een witte achtergrond. Het voorwerp dat je bekeken hebt staat als het ware op je netvlies gebrand en blijft daar voor een korte periode staan. Het nabeeld is qua grootte gelijke aan het origineel, maar de (eventuele) kleur is complementair: iets met een groene kleur is bij het nabeeld rood, iets zwarts wordt wit. 
Nabeelden hebben veel te maken met contrasten en voor mij ook met herinneringen omdat het feit dat een beeld blijkbaar heel even door je oog bewaard kan worden, naar mijn idee gezien kan worden als een vorm van visuele herinnering. Het lijkt me interessant om te onderzoeken hoe je nabeelden in een ‘voorstelling’ zou kunnen gebruiken, gekoppeld aan het thema herinnering/vergeten en het gegeven dat dingen met elkaar in contrast moeten staan om een nabeeld te kunnen oproepen.
Ik vraag me af hoe je het voor elkaar krijgt dat een publiek een nabeeld bewust gaat waarnemen en of nabeelden ingezet worden om dezelfde situatie/beeld een andere betekenis te geven. Ook wil ik onderzoeken of een driedimensionaal beeld (bijvoorbeeld een decor) ook een duidelijk nabeeld achter kan laten.
Als volgende stap in het onderzoek wil ik dus eerst een aantal tweedimensionale beelden en daarna een aantal maquettes maken om te onderzoeken wat het effect op een nabeeld is als je een dimensie toevoegt.
Dementie... Dimensie...  Maar twee letters verschil, maar wel een heel nieuwe invalshoek voor een onderzoek. 

woensdag 16 februari 2011


Ontwerp Parasieten

'Tegenwoordig moet je iemand halfdood rijden, als je hem wil ontmoeten." 

Multscher (personage Parasieten)

Ik werk bij het ontwerpen van decors en kostuums eigenlijk altijd vanuit de personages. Gedragingen, handelingen en houdingen van mensen vormen een inspiratiebron voor me. Het ontwerpproces start bij mij dan ook altijd met het zoeken van sfeerbeelden, foto’s en schilderijen die ik bij de personages vind passen.
Bij ‘Parasieten’ zijn de verhoudingen tussen de personen erg betekenisvol en belangrijk. Om te begrijpen en uit te vinden waarvoor de vijf personen in het stuk voor mij staan, heb ik personage-analyses geschreven. 
Hieronder een paar foto’s van gevonden beeldmateriaal en een aantal sfeerbeelden. 












Vanuit de analyses en de beelden die ik verzameld heb lijkt het me interessant om te kijken hoe de tekst en het beeld van een personage samenwerken. Trudi wees me op het fenomeen Dark-Zone, wat een benaming is voor het deel in jezelf wat je het liefste wil negeren of vermijden maar wat er (misschien diep weggestopt) wel is.
Ik wil door verschillende portretten bij dezelfde monoloog/tekst te zetten onderzoeken wat tekst met de uiterlijke verschijning van een mens kan doen. Vind je iemand er sympathieker uitzien als je niet weet dat hij een keer tegen zijn vrouw heeft gezegd dat hij haar walgelijk vindt?
Naast het vervolg van dit personage-onderzoek wil ik me de komende tijd natuurlijk ook richten op het ontwerpen van het decor, al denk ik dat dit zal voortkomen uit het antwoord op de vraag hoe ik wil dat het publiek de personages ziet/ervaart. 


(Onder) zoek...

Soms denk je dat je weet wat je wilt, maar kom je er (op het moment dat je echt gaat nadenken) achter dat dit helemaal niet het geval is...
Ik heb een paar weken geleden besloten dat het thema van mijn afstudeeronderzoek ‘herinneringen’ moest zijn. Maar ik ben me de afgelopen tijd gaan afvragen waarom eigenlijk? Omdat het een onderwerp is wat me bezig houd? Omdat het een nogal ongrijpbare en ingewikkelde gave van het menselijk lichaam is? Omdat ik gek wordt van mijn eigen vergeetachtigheid?
Veel te veel nadenken en daardoor moeite hebben om te beginnen met het maken van beelden, daaruit heeft mijn afstuderen tot nu toe voor het grootste deel bestaan. De angst om al te veel een richting te kiezen.

Op een gegeven moment (bij mij zo’n 2 weken geleden) ben je dat natuurlijk zat en ga je toch iets doen:
Ik ben bij mezelf op zoek gegaan naar hoe ik me dingen herinner. Ik kwam erachter dat ik me vooral dingen herinner aan de hand van foto’s: beelden van momenten en plekken. Soms zijn de enige beelden die ik nog van een herinnering heb degene die op een foto zijn vastgelegd.
Vanuit mijn fascinatie met ruimte en omdat tijd en ruimte ook belangrijk zijn in het theater heb ik besloten om bij mijn ouders in mijn jeugdfotoboeken te kijken en foto’s van mezelf op plekken in Utrecht te zoeken, me afvragend of ik die plekken nog zou herkennen, of ik ze terug zou kunnen vinden en of ze veel veranderd zouden zijn in de loop der tijd.





Ik ben zonder google-maps, een kaart, of mijn ouders te raadplegen naar een aantal van de locaties op de foto’s toegegaan. Zoeken vanuit mijn herinnering.
Sommige locaties bleken goed te vinden, voor anderen heb ik veel rondjes moeten fietsen en rond moeten vragen, wat leuke gesprekken en vragen van mensen opleverde: Je komt blijkbaar niet elke dag een meisje tegen dat een jeugdfoto van zichzelf onder je neus duwt en vraag of je misschien weet waar de boom op de achtergrond van de foto zich bevindt.
Toen ik de locaties uiteindelijk gevonden had, ben ik foto’s gaan maken vanuit precies hetzelfde standpunt als de foto’s uit mijn kindertijd.









In de omgeving bleek soms veel verandert, maar het duidelijkste verschil blijft toch dat ikzelf niet op de foto’s sta.
Vanuit deze conclusie is het idee ontstaan om mezelf opnieuw op dezelfde plek te fotograferen. Het sluit ook goed aan op iets wat Rutger Kopland in een interview van de serie ‘Van de schoonheid en de troost’ zegt en waarin ik me erg herken.
Hij vertelde dat hij zich dingen uit zijn kindertijd soms wel kan herinneren, maar dat hij zich niet meer echt kan identificeren met het jongetje in de herinneringen of op de jeugdfoto’s. Erg herkenbaar: soms zie ik mezelf op een foto en dan kan ik bijna niet geloven dat ik dat ben, of eigenlijk was. Want ik denk niet dat ik nog ben wie ik was.

Foto’s van jezelf maken blijkt (zelfs met statief en zelfontspanner) erg moeilijk. Zeker omdat ik graag wil dat ik precies op dezelfde plek zit of sta als op de originele foto. Conclusie: je moet de foto’s door iemand anders laten maken, maar moet daardoor ook de regie uit handen geven. Moeilijk voor de perfectionist in mij...
Ik ben dus maar begonnen met het fotograferen van de locaties en heb in Photoshop de locaties anno nu over mijn jeugdfoto’s heen gezet. Door het werken met verschillende deels transparante lagen is een interessant effect ontstaan.






Door het verloop van mijn onderzoek tot nu toe ben ik tot de conclusie gekomen dat ik de link met het theater erg mis.
Hoe ik die moet vinden is weer een vraag die ik kan toevoegen aan mijn lijstje met onbeantwoorde vragen... Maar ik denk dat ik ten harte moet nemen wat de hoofdrolspeler in ‘de koning van het plagiaat’ (ik zag het stuk in de regie van Wim de Vries) heel vaak herhaalt:
‘Als we wisten wat we deden, zouden we het geen onderzoek noemen, of wel?’


vrijdag 4 februari 2011

Aftrap...

Het afstuderen bestaat voor mij uit drie onderdelen:

Van januari tot mei ben ik bezig met een beeldend onderzoek uitgaand van de thema's herinneringen/vergeten. De keuze van dit onderwerp komt voort uit mijn frustratie met m'n eigen vergeetachtigheid en mijn fascinatie en angst voor ziektes als Altzheimer. Ik wil me de komende tijd bezighouden met de vraag of ik door middel van bepaalde handelingen/acties herinneringen waarvan ik nu denk dat ik ze vergeten ben boven kan krijgen. Ook wil ik erachter proberen te komen hoe andere mensen dingen onthouden en wat daarbij het belangrijkste blijkt: het gevoel? De ruimte? De mensen? De geur? Verder wil ik proberen te achterhalen wat de rol van foto's is in mijn vermogen om bepaalde dingen te herinneren en in hoeverre ik me nog kan identificeren met het kind/meisje dat ik op de foto's zie.
Voor mij hangt 'vergeten' nauw samen met 'tijdelijkheid'. Dit vind ik een interessante parallel met theater.  Je herinneringen blijven niet voor altijd bewaard en een voorstelling is ook een tijdelijke ervaring voor een bepaalde, beperkte groep mensen.

Het tweede onderdeel van mijn afstudeeronderzoek bestaat uit het maken van een ontwerp voor een zelfgekozen theaterstuk. De tekst die ik gekozen heb is 'Parasieten' van de Duitse toneelschrijver Marius von Mayenburg.
Er zijn twee vragen die de afgelopen tijd vaak op me zijn afgevuurd: Waarop baseer je de keuze voor een tekst? Wat maakt een theatertekst voor mij goed? Het antwoord op die vragen is nog niet zo eenduidig. Voor mij als ontwerper is een goede tekst één waarbij ik tijdens het lezen beeldende mogelijkheden en moeilijkheden zie. Daarnaast is het voor mij belangrijk om een bepaalde 'klik' met de personages te hebben.
'Parasieten' gaat over vijf nauw met elkaar verbonden mensen die niet met, en niet zonder elkaar kunnen leven. Ze proberen elkaar jaloers te maken, te chanteren en te kleineren, terwijl ze elkaar juist ook nodig hebben. Het is een spel van gebruiken en gebruikt worden.
De teksten van Marius von Mayenburg schijnen allemaal nogal gewelddadig en naar te zijn en Parasieten is daarop geen uitzondering. Ik vind de tekst zowel realistisch als vervreemdend en dat spreekt me aan, evenals het feit dat ik ondanks dat de personages keihard tegen elkaar zijn, toch tot op zekere hoogte met ze meeleef.

Naast deze twee verplichte onderdelen van het afstuderen zal ik de komende periode ook de vormgeving  van de Afstudeervoorstelling van Bengt Kropmans doen. De voorstelling is geschreven door Koen Caris en wordt dus een echte HKU-productie.