Om te beginnen heb ik geprobeerd te beschrijven wat ik precies met het voorstellingsconcept wil zeggen en waarom het stuk daarom in 3 verschillende delen opgedeeld moet worden.
- Mijn fascinatie met het stuk heeft te maken met sociale codes: de (soms ongeschreven) regels die gelden als je je in de omgeving van andere mensen begeeft. Alleen op je kamer zou je helemaal jezelf kunnen zijn, maar wie ben je zodra je naar buiten stapt? Speel je vanaf dat moment de mens die anderen verwachten te zien, of de mens die jij zelf wilt dat anderen in je zien. Waar ligt de scheidingslijn tussen ongegeneerd jezelf zijn en schijt hebben aan de wereld? Moeten we niet allemaal (af en toe) een rol aannemen om anderen niet tegen de schenen te stoten?
In de drie delen wil ik uitgaan van "drie mogelijke opvattingen van de 'werkelijkheid'."
- In deel een wordt het publiek geconfronteerd met een schijnwerkelijkheid die heel dicht bij de realiteit ligt. Het is de bedoeling dat het publiek in dit deel nog niet doorheeft dat de voorstelling al begonnen is en dat onder hen een aantal acteurs bezig zijn een rol te spelen. Het doel hiervan is dat de toeschouwers later terug kunnen kijken op dit moment en zich bewust worden van het feit dat mensen zonder dat je het merkt de schijn kunnen ophouden door te spelen dat het goed met ze gaat , zichzelf een ander imago aan te meten of zelfs een fictief personage neer te zetten.
- In deel twee komt het publiek in een theatrale setting (duidelijk vormgegeven ruimte, maar meer zoals een filmset, de theaterzaal is niet zichtbaar). Deze ruimte is het privé-domein van een of twee van de personages uit het stuk Parasieten. Misschien zijn deze personages eerst niet aanwezig: is het publiek alleen met het interieur. Als de personages binnenkomen is er een duidelijke scheiding tussen publiek en speler, maar is de afstand van de acteurs tot de toeschouwers klein. Het is de bedoeling dat de fysieke afstand tussen personage en de mensen die komen kijken hetzelfde is als die in deel 1, het verschil is alleen dat je nu niet meer kan denken dat je naar 'echte mensen' zit te kijken. De theatercode is gezet, maar wel op zo’n manier dat van een traditioneel toneelstuk nog geen sprake kan zijn. In deel 2 wordt langzaam de zogenaamde 4e wand opgebouwd.
- Het is de bedoeling dat in deel 3 de wanden van de afgesloten ruimtes waarin de drie groepjes publiek en de personages zich bevinden transparant worden en dat de schuttingen aan een kant ‘omvallen’ (de letterlijke 4e wand) waardoor de theaterzaal zichtbaar wordt.
Het publiek komt in deel 3 in de zaal te zitten en kijkt in een klassieke theateropstelling naar de rest van de voorstelling: naar acteurs die op een podium hun rol spelen.
Deze opbouw kan voor de acteurs betekenen dat ze steeds ‘groter’ moeten gaan spelen. Van realistisch (bijna filmisch) in deel een tot uitvergrotingen van de personages (voor zover die nog uitvergroot moeten/kunnen worden...) in deel drie.
Ik ben aan het nadenken over de mogelijkheid om de verschillende delen in een andere volgorde te zetten, omdat dit misschien nog andere interessante mogelijkheden kan bieden voor de opbouw van het stuk en de boodschap die het publiek meeneemt.
Qua vormgeving zit het meeste werk in het decor van deel twee. In deel 1 zal de ingreep in de ruimte nihil en zo onopvallend mogelijk moeten zijn om de illusie van een (schijn)werkelijkheid geloofwaardig te houden. De vormgeving van deel drie komt voor een groot deel overeen met de vormgeving van deel twee, allen vanuit een ander perspectief. Hierover moet dus ook nagedacht worden bij het ontwerpen van deel twee.
De sfeerbeelden van twee van de drie ruimtes staan al in een eerdere blog, (appartement van Frederike en Petrik en de ruimte waarin Multscher zich bevindt) maar ik heb inmiddels ook een idee over hoe de derde ruimte eruit kan zien. Het gaat om het huis van Ringo en Betsi: Ringo is sinds zijn ongeluk niet meer buiten geweest. Het lijkt me mooi om de ruimte waarin hij zich bevindt helemaal uit glas te maken waarvan de onderste helft ondoorzichtig/matglas is. Ringo kan (gezeten in zijn rolstoel) niet naar buiten kijken, terwijl iemand die kan staan (Betsi) dit wel kan.
Ik wil dat gedurende deel drie het glas steeds doorzichtiger wordt (en misschien aan de bovenkant steeds matter?). Dit kan op verschillende manieren:
Ik wil dat gedurende deel drie het glas steeds doorzichtiger wordt (en misschien aan de bovenkant steeds matter?). Dit kan op verschillende manieren:
- met stoom aan de ‘buitenkant’ van het raam (zodat Ringo het niet kan wegvegen)
- door dubbelglas te maken waarvan een laag mat is en een laag doorzichtig
- door iets waar Marcel me op wees: Variable Tint Glass (glas dat door een ingewikkeld systeem van doorzichtig naar mat kan worden veranderd en andersom). Zie het voorbeeld hieronder.
Ik heb de drie ruimtes op het toneel in eerste instantie nogal statisch naast elkaar geplaatst. Door de ruimtes op bepaalde punten met elkaar te verbinden en in elkaar te schuiven ontstaat er een spannender beeld en kan het publiek soms ook een glimp opvangen van de acteurs (en toeschouwers) in de andere ruimtes. Ik heb een aantal plattegronden gemaakt met mogelijke vormen, maar weet nog niet welke het zou moeten worden en of de juiste er al tussen zit.
Als inspiratie (en om geprikkeld te worden om weer even op een andere manier te kijken) ben ik naar het werk van een aantal architecten gaan kijken. O.a.: Coop Himmelblau en Yarışma Sonuçları.
Deze architecten werken veel met transparantie en ruimtes die deels zichtbaar zijn in andere ruimtes.
Yarışma Sonuçları
Coop Himmelblau
Yarışma Sonuçları
Om ook mijn gedachten over het concept weer wat open te gooien gaf Trudi me de tip om een aantal dramaturgische concepten te schrijven vanuit verschillende uitgangspunten (politiek, humoristisch). Daarmee zal ik me de komende tijd ook bezighouden.
Genoeg om te doen en denken dus!












Geen opmerkingen:
Een reactie posten